Ze komt binnen en praat honderduit over haar leven met haar moeder en jongere zussen, haar studie en haar vader die op haar 5de terug verhuisde naar Kameroen. Ze heeft last van angstaanvallen en nare dromen. Ze vertelt op dezelfde, bijna achteloze toon dat ze op haar 10de verkracht is door de buurman. Hoe hij altijd goed voor haar zorgde en dat ze er later achter kwam dat hij dat deed zodat zij zou zwijgen. Ik merk dat ik een beetje schrik van het geweld dat haar is overkomen.

Ze vertelt dat ze het zichzelf vergeven heeft en dat ze ook hem probeert te vergeven. Ik voel opstandigheid. Vergeving is een groot woord, dat verwijst naar een pijnlijk proces. Ik vraag me af of ze hem werkelijk vergeven heeft of dat ze vindt dat ze dit zou moeten doen. Het klinkt alsof iemand haar verteld heeft dat vergeving goed is en dat het daarmee dan klaar is. En dat ze gedacht heeft: laat ik dat dan maar doen.

In de eerste plaats heb ik vraagtekens bij het idee dat ze zichzelf zou moeten vergeven. Dat veronderstelt dat ze schuld heeft en dat heeft ze niet. Het is haar overkomen en er is maar 1 dader en dat is de buurman. Ik kan me nog voorstellen dat ik met een andere cliënt in een ander verhaal spreek over de vraag: ‘wat is mijn eigen aandeel?’ En zelfs dan doe ik dat pas als we eerst stilgestaan hebben bij wat het geweld met je gedaan heeft, hoe je je voelt en wat je had willen doen had je macht over de situatie gehad. Met andere woorden als je weer contact had gemaakt met de je kracht waarvan je afgesneden was door de overweldiging. Maar in haar verhaal is er geen haar op mijn hoofd die denkt aan zoiets als ‘eigen aandeel’. Hier past een diep mededogen met jezelf, dat zeker, maar vergeving? Nee, dat niet.

In de tweede plaats zit er een zekere ‘doen-erigheid’ bij het begrip vergeven. Alsof het iets is wat je kunt doen, een knop die je kunt omzetten. Maar vergeven is niet ‘te doen’. Je kunt het willen doen, maar zo werkt het niet. Vergeving kan het ‘neven resultaat’ zijn van een proces. Het doel van dat proces is heling, dat je door kunt met je leven, dat die gebeurtenis niet meer op oncontroleerbare wijze en op ongelegen momenten je leven, je plannen en je geluk ondermijnt. Dit proces heeft meestal ook als resultaat dat je de dader niet langer haat en er geen wraakgevoelens meer zijn. Ofwel het raakt je niet meer, ofwel je hebt de dader vergeven. Vergeving is niet het doel, maar het kan wel een effect zijn van dit helingsproces. Een effect dat je achteraf opmerkt.

Wanneer je merkt dat je de dader hebt vergeven is dat vaak behalve een bevrijding ook een verrijking van je leven. Je voelt dat je niet langer op negatieve wijze verbonden bent met de dader. Het zien van de persoon of horen van zijn naam brengt je niet meer van je stuk. Het geeft vrijheid dat het je niet meer raakt. Vergeving vraagt meer. Je voelt dat er een verbondenheid is door wat gebeurd is, maar het is niet langer een negatieve binding. Dat vraagt veel liefde, vooral voor jezelf maar in zekere zin ook voor de dader. Het is een teken van persoonlijke en spirituele groei en daardoor wordt het soms een doel op zich, zoals het bij mijn cliënt lijkt te zijn. Maar als je zegt dat je de dader hebt vergeven, terwijl het niet zo is, dan is dat gelijk aan jezelf in de steek laten. Door voortijdig te vergeven stop je het verwerkingsproces want je staat jezelf de gevoelens, die je nog altijd hebt, niet langer toe. Je snoert jezelf de mond ter wille van een, door het ego gestuurd, verlangen om erboven te staan.

Jikke Verhulst

Wil je reageren op deze column? Mail dan naar Jikke Verhulst.

“Ik schrijf graag en veel. Ik schrijf dagelijks om dossiers van mijn cliënten bij te houden, maar ik kruip ook soms gepassioneerd achter het toetsenbord als ik iets lees in de krant waar ‘niets van klopt’ of waar iets heel belangrijks aan ontbreekt. Ik maak jullie graag deelgenoot van gebeurtenissen in mijn werk en dagelijks leven en mijn reflecties daar op.”