Nieuws van NVR in november 2017


21 november 2017
  1. Nederland keldert op ranglijst gelijkheid tussen mannen en vrouwen
  2. Helaas geen 50/50 kabinet
  3. #metoo

Nederland keldert op ranglijst gelijkheid tussen mannen en vrouwen

Nederland is dit jaar maar liefst 16 plaatsen gekelderd op de ranglijst voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen; van de 16e naar de 32e plaats. De ongelijkheid tussen mannen en vrouwen is toegenomen, concludeert het World Economic Forum. De NVR is teleurgesteld.

In de eerste ranglijst, in 2006, stond Nederland nog op de twaalfde plek. Inmiddels moeten we landen als Rwanda, Bolivia en de Filippijnen voor laten gaan. In de top vijf staan vier Scandinavische landen: IJsland, Noorwegen, Finland en Zweden. De grootste stijger was dit jaar Bulgarije. Dat stoomde op van de 41 naar de 18e plek.

De daling van Nederland op de ranglijst is opvallend omdat we op het terrein van onderwijs juist het meest gelijke land ter wereld zijn. Mannen en vrouwen doen het op school en in het hoger onderwijs even goed.  Zodra vrouwen de arbeidsmarkt betreden, lijkt het echter mis te gaan. Nederlandse vrouwen werken veel vaker in deeltijd dan vrouwen in andere landen, dat leidt tot een financiële achterstand. Daarnaast zijn vrouwen hier maar zeer mager vertegenwoordigd in machtsposities in de economie en politiek. Sinds het begin van de jaarlijkse meting, in 2006, is de score op die punten zelfs achteruitgegaan.

Voor het eerst sinds het begin van de metingen is de wereldwijde ongelijkheid tussen vrouwen en mannen gegroeid.

De NVR wil dat het kabinet quota’s en streefcijfers instelt voor vrouwen in topposities zowel als in het bedrijfsleven als in de politiek. Daarnaast moet het kabinet maatregelingen tegen zwangerschapsdiscriminatie doorzetten en de loonkloof aanpakken. De loonkloof is in Nederland nog altijd 16%.

Lees hier het World Economic Forum “Global Gender Gap Report”

Helaas geen 50/50 kabinet

De bewindspersonen van het nieuwe kabinet Rutte III zitten er alweer een paar weken: 14 mannen en 10 vrouwen en weinig diversiteit. Helaas dus geen 50/50 kabinet of een afspiegeling van de samenleving.

In de petitie van UN Women Nationaal Comité Nederland werd Rutte opgeroepen om een 50/50 kabinet te maken: “Omdat het 2017 is.” Dit jaar is het 100 jaar geleden dat vrouwen het recht kregen om zich verkiesbaar te stellen. Het aantal vrouwen in de Tweede Kamer liep tot en met 2010 op. In dat jaar was bijna 43 procent van de parlementariërs vrouw. Dat aantal is nu weer gedaald naar 36 procent. Daarmee zijn we terug op het niveau van 1998. Nederland is voorbijgestreefd door landen als Bolivia, Senegal, Mexico en Burundi en bungelt op de 26e plek van de wereldranglijst.

De huidige demissionaire regering bestaat voor 46 procent uit vrouwen. Nederland staat daarmee op de vierde plek in Europa. In Zweden, Finland en Frankrijk is het percentage vrouwen hoger. In het nieuwe kabinet is 42 procent van de bewindsleden vrouw.

Niet alleen het aantal vrouwen in het kabinet is geen afspiegeling van de samenleving, het is ook een heel autochtoon kabinet. Van de 24 bewindspersonen zijn er 22 hier geboren. Als het kabinet een afspiegeling zou zijn van de bevolking, dan zou de verhouding 78 procent autochtoon versus 22 procent allochtoon (westers en niet-westers) moeten zijn. Er zitten twee westerse migranten in het nieuwe kabinet, maar er zit geen politicus in met een niet-westerse achtergrond. Dat zouden er volgens de verhoudingen in de bevolking minstens drie moeten zijn.

#metoo

NVR vrijwilliger Sanne Kanters zag de #metoo en heeft voor ons alles op een rijtje gezet. Lees hier haar stuk over de discussie en de maatschappelijke gevolgen van #metoo.

Op zondagavond 15 oktober postte actrice Alyssa Milano op Twitter: “If all the women who have been sexually harassed or assaulted wrote “Me too” as a status, we might give people a sense of the magnitude of the problem.” Ze nodigde al haar volgers die ooit te maken gehad hebben met seksuele intimidatie of seksueel geweld uit te reageren op haar bericht. Milano’s tweet was een reactie op een reeks onlangs uitgebrachte aanklachten over seksueel geweld tegen de Amerikaanse filmproducent Harvey Weinstein door verschillende actrices die ooit met hem samenwerkten. Haar verzoek lokte een stortvloed aan reacties uit op verschillende social media: op twitter werd de hashtag bijna een miljoen keer gebruikt binnen 48 uur en op Facebook verschenen binnen 24 uur meer dan 12 miljoen posts, comments en reacties door 4.7 miljoen gebruikers wereldwijd.

Temidden van de massale discussie over seksueel geweld die Milano’s tweet teweeg bracht, ontpopte een andere discussie: #metoo werd mainstream door de tweet van Milano, maar de slogan is ouder dan dat, merkte een groep vrouwen van kleur op Twitter terecht op. Tien jaar geleden startte gender equality activiste Tarana Burke, een zwarte vrouw, haar Me Too project met als doel slachtoffers van seksueel geweld met elkaar in contact te brengen en een collectief proces van heling aan te gaan. “Me too is a movement to, among other things, radicalize the notion of mass healing,” vertelt Burke in een video die massaal gepost werd als reactie op de hype rondom Milano’s tweet. In verschillende artikelen en posts uitten vrouwen van kleur kritiek op het feit dat de post van Milano miljoenen antwoorden kreeg, terwijl zwarte vrouwen in eerdere vergelijkbare situaties minder steun kregen. In deze discussie over de oorsprong van #metoo staat een belangrijke vraag centraal: welke slachtoffers van seksueel geweld worden het meest gehoord? Is het toevallig dat dit thema mainstream werd na een tweet van een rijke, bekende, witte vrouw in reactie op een conflict in Hollywood? Het is belangrijk om dergelijke vragen te stellen, omdat deze de intersecties tussen gender en ras, of de manier waarop seksisme en racisme met elkaar verwikkeld kunnen zijn, aankaarten. Bovendien benadrukt het een belangrijke les voor witte feministen: we moeten ervoor waken dat achter een grotendeels witte emancipatoire beweging geen verdere onderdrukking van vrouwen van kleur schuil gaat.

Hoewel er terecht kritiek wordt getoond op het feit dat de focus van de #metoo discussie voornamelijk ligt op rijke, witte vrouwen, is het positief dat het thema van seksueel geweld momenteel massaal besproken wordt. De hashtag is een effectieve manier om de zichtbaarheid van seksuele intimidatie te vergroten en om het probleem dichter bij huis te brengen: opeens stroomt je tijdlijn vol met getuigenissen van vrienden, kennissen en collega’s. Deze zijn moeilijker weg te wuiven en komen harder aan dan verhalen van mensen op tv. Er zijn meerdere projecten die ditzelfde doel voor ogen hebben, zoals Laura Bates’ ‘everyday sexism project’ en Noa Jansma’s ‘dearcatcallers’ instragram pagina. Het onthullen van de dagelijkse en structurele aard van seksueel geweld door mannen tegen vrouwen is een belangrijke stap in het vechten ertegen en hierin kunnen social media een belangrijke rol vervullen, maar waarom moeten vrouwen  massaal en publiekelijk naar voren komen om de omvang van van seksueel misbruik aan te tonen? Waarom is het nodig dat miljoenen vrouwen zich uitspreken voordat dit probleem serieus genomen wordt? Het is problematisch dat dit nodig blijkt, want het is niet aan slachtoffers van misbruik om te bewijzen dat seksueel overschrijdend gedrag stelselmatig voorkomt. Deze verantwoordelijkheid mag niet bij hen liggen en hen ‘dwingen’ om (publiekelijk) traumatische ervaringen te delen. Zoals Angelina Chapin stelt in een artikel in de Huffington Post: “No woman should feel pressure to tell painful stories about being violated, but every man should feel a responsibility to stop behaviour that leads to sexual harassment and assault.”

Seksueel geweld wordt vaak neergezet als een vrouwen-probleem: studies benadrukken het aantal vrouwen dat misbruikt wordt, in plaats van het aantal mannen dat gewelddadig gedrag vertoont en victim-blaming komt maar al te vaak voor (“Had ze maar geen kort rokje moeten dragen..,” “Had ze maar niet zo veel moeten drinken..”). Seksueel geweld is echter geen vrouwen-probleem. Het is een cultureel probleem, dat voortkomt uit diepgewortelde patriarchale machtsrelaties, sociale en economische ongelijkheid tussen mannen en vrouwen en iets dat ‘toxic masculinity’ genoemd wordt. Het concept van ‘toxic masculinity’ stelt onder meer dat mannen dominant moeten zijn en zich niet kwetsbaar mogen opstellen — een idee van mannelijkheid dat algemeen geaccepteerd is in onze cultuur. Dr. Eric Mankowski benadrukt vier hoofdkenmerken van deze ‘giftige’ manifestatie van mannelijkheid: het onderdrukken van alles wat als typisch vrouwelijk gezien wordt; het onderdrukken van emoties gerelateerd aan kwetsbaarheid, zoals angst, verdriet of hulpeloosheid; mannelijke dominantie over vrouwen en andere mannen; en agressie. Dit idee van mannelijkheid kan resulteren in agressief en dominant gedrag van mannen tegen vrouwen en creëert het idee dat mannen het recht hebben een vrouw te benaderen zonder dat zij daar toestemming voor gegeven heeft.

Een cruciale stap in het oplossen van seksueel geweld van mannen tegen vrouwen is het actief ontkrachten van dit normatieve en schadelijke idee van wat het betekent om een man te zijn. Mannen hebben hierin een belangrijk aandeel. Zij kunnen hun eigen gedrag kritisch onder de loep nemen en elkaar het goede voorbeeld te geven. Initiatieven zoals het Rethink Masculinity programma in Washington D.C. en de ‘consent classes’ van No Means No Worldwide in Nairobi, Kenia werken actief aan het afleren van een ‘toxic masculinity’ en het aanleren van een positieve vorm van mannelijkheid, waarbij een respectvolle en gelijkwaardige relatie tot vrouwen centraal staat. Dergelijke programma’s bieden goede hoop voor de toekomst door op een positieve en structurele manier te werken aan gezonde man-vrouw verhoudingen.

Comments are closed.