Kroon op het werk van Marian Bos-Boers
Arbeidsparticipatie van vrouwen en Marian Bos-Boers horen bij elkaar. Voor haar tomeloze inzet betreft de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt ontving zij eind april een koninklijk lintje.
Interview door: Kitty Hovenkamp
Het bestuur van de Vrouwelijke Wageningse Ingenieurs (VWI) schreef in 2008 een ondersteuningsbrief bij de voordracht van het KLV bestuur om Marian Bos-Boers in aanmerking te laten komen voor een Koninklijke onderscheiding. Met een smoes werd Marian 29 april naar het gemeentehuis gelokt. „Ruim een week voor het feest belde een partner van een oud collega van mij. Zij zou een lintje krijgen. Onder voorbehoud zou ik aanwezig zijn, dit hing af van de geboorte van de pups van mijn hond” zegt Marian Bos-Boers. Bij het gemeentehuis zag Marian diverse bekenden, maar er ging geen lampje branden. Pas op het moment dat Marian in de raadzaal kwam en haar naam op een bordje zag staan, werd het haar duidelijk. „Op dat moment realiseerde ik dat Ies, mijn man, erbij moest zijn. Alleen was hij telefonisch onbereikbaar. Dat was niet vreemd want ook hij zat in het complot, hij zat gewoon in de zaal” vertelt Marian.
Kinderopvang
Voordat Marian in 1979 aan de slag ging bij KLV als onderzoeker was zij al actief op het gebied van emancipatie. Als bestuurslid van de eerste kinderopvang in Wageningen maakte zij zich sterk om vrouwen op de arbeidsmarkt te krijgen. „Het was een opvang voor de hele dag en niet een paar uurtjes. In die tijd, begin jaren 70 van de vorige eeuw, was er de nodige weerstand vanuit de maatschappij tegen kinderopvang” zegt de onderzoekster. Verder was Marian lid van de emancipatiecommissie van de Gemeente Wageningen. In 1979, als haar jongste kind op de kleuterschool zit, gaat zij als onderzoeker bij KLV aan de slag.
Loopbaanonderzoek
„Bij KLV ging ik met de resultaten van het loopbaanonderzoek aan de slag. In dat onderzoek was nog geen onderscheid tussen mannen en vrouwen. In het tweede onderzoek dat ik uitvoerde, vijf jaar later, was wel onderscheid gemaakt tussen beide groepen. Om mij heen zag ik dat het voor vrouwen lastig was om op de arbeidsmarkt te komen. Arbeidsparticipatie van vrouwen was lager. Als vrouwen werkten was dat veelal op parttime basis of onder hun niveau” vertelt Marian.
Uit het tweede onderzoek bleek ondermeer dat vrouwen een voorkeur hadden voor een werkweek van 28 tot 32 uur. Een groot aantal mannen gaf aan dat zij een werkweek van 32 uur prefereerden zodat zij ook zorgtaken konden uitvoeren. Met de onderzoeksresultaten boorde Marian diverse financiële potjes aan bij ondermeer arbeidsbureaus. Een paar jaar later, eind jaren 80 van de vorige eeuw, rolden opnieuw aanbevelingen uit loopbaanonderzoek. „Eén van de aanbevelingen was het oprichten van een vrouwennetwerk en in het bestuur van KLV zou er een lid benoemd moeten worden met emancipatie in zijn of haar portefeuille”, aldus Marian.
Vrouwelijke Wageningse Ingenieurs (VWI)
„Door deze aanbeveling ontstond het NILI Netwerk Vrouwen, de voorloper van VWI. Er is veel bereikt maar VWI is nog steeds belangrijk”, meent Bos-Boers. Volgens de onderzoekster is het aantal vrouwelijke AIO’s gegroeid, maar stijgt de doorstroom naar een vaste baan of een universitair docentschap niet mee. „Over zulke onderwerpen willen vrouwen met elkaar praten. En ook als je van baan verandert of verhuist is het goed dat je met lotgenoten kan praten”, vervolgt Marian haar verhaal.
Genieten en honden
In november 2008 had Marian haar laatste werkdag. Emancipatie en arbeidsparticipatie vindt ze nog steeds belangrijk maar ze zet zich op een andere manier daarvoor in. „Een strak vergaderschema zie ik niet meer zitten, ik wil nu meer genieten van mijn vrije tijd en honden. Van het nest wat wij nu hebben houden wij een pup aan. Ik kan de hele dag wel blijven kijken naar de 4 jonge Ierse terriërpups” sluit Marian haar verhaal af.
Meer lezen?
Zie ook info op KLV site: http://bit.ly/9XqXOU