Column: Dansen met een lantaarnpaal
Mijn zadel was nat, de straat was nat, mijn dynamo slipte weer zodat ik onzichtbaar over de straten reed. Ik sjeesde de berg af en merkte dat een auto naast mij heel langzaam de rotonde naderde, alsof hij niet goed durfde. Op hetzelfde moment zag ik de glinsteringen op het wegdek. Miljarden kristallen die mij verleidelijk toelachten. De sterrenhemel die vandaag eens onder me te bewonderen was, in plaats van zoals meer gebruikelijk is, boven me. Ik zag haast meer dan ik voelde hoe de fiets onder me weggleed. Maar daar stond mijn redder in de nood, mijn steun en toeverlaat, mijn charmante danspartner. Ik liet de fiets voor wat hij was zodat hij op de grond kletterde en danste met hem weg: die altijd standvastige lantaarnpaal.
Of is dit beter: ik fietste naar huis vanaf de nieuwjaarsbijeenkomst van het VWI. Eerst had ik niet in de gaten dat het glad was. Tot ik bij de rotonde was. Ik viel bijna. Gelukkig kon ik me nog net vastgrijpen aan een lantaarnpaal.
Welk verhaal heeft de voorkeur? In ieder geval hielp het fantasieverhaal mij op mijn verdere – spiegelgladde – weg naar huis. De humor hielp mij mijn angst weg te drukken om later alsnog te vallen. En mijn partner schoot prompt in de lach toen ik thuiskwam met de mededeling dat ik gedanst had met een lantaarnpaal.
Dat was wat ik net geleerd had bij de nieuwjaarsbijeenkomst van het VWI: humor is essentieel voor ieder werk. Ook al lach ik niet heel vaak in mijn kamertje achter de computer waar ik mijn teksten in elkaar wrocht, ook ik kan niet zonder humor. Het maakt creativiteit los en helpt zelfs als je een toekomstplan concreter wil maken.
Wil je humor expliciet inzetten, werk dan met de drie V’s die ten grondslag liggen aan humor: verrassen, verdraaien en vergroten. Op de bijeenkomst maakten we kennis met al die V’s via talloze oefeningen. Daar lukte het me niet goed om van een saai verhaal van iemand anders onmiddellijk een grappige gebeurtenis te maken. Maar kennelijk liet de oefening toch zijn sporen na.
Leonore Noorduyn